Welke Goudse kaas is de beste?

Niet één beste kaas, maar per gebruik een andere.

Er is geen beste Goudse kaas. Er is de kaas die past bij wat je ermee gaat doen, en dat is geen uitvlucht: het verschil tussen jong en overjarig is groter dan het verschil tussen veel kaassoorten onderling.

Voor de dagelijkse boterham is jong belegen de veiligste keuze. Genoeg smaak om niet saai te worden, soepel genoeg om te snijden, en niemand aan tafel die er iets van vindt.

Voor kinderen en voor alles wat moet smelten — tosti, pasta, ovenschotel — pak je jong. Hij is het mildst en smelt het best.

Voor een borrelplank wil je juist het tegenovergestelde: oud of overjarig, in blokjes of schilfers, met mosterd erbij. Die kazen dragen zichzelf en hebben geen gezelschap nodig.

Wil je een stap zetten zonder meteen bij oud uit te komen, dan zit je goed bij belegen of extra belegen. Belegen is de brede middenweg, extra belegen begint al te kruimelen en heeft de eerste kristalletjes.

Voor raspen geldt: hoe ouder hoe beter, want je hebt er minder van nodig. Een handje oude kaas geeft meer smaak dan een dikke laag jonge.

Nog een ding dat mensen vaak verrast: oude kaas is duurder per kilo, en niet alleen omdat hij langer heeft gelegen. Een kaas verliest tijdens het rijpen vocht en dus gewicht. Van dezelfde hoeveelheid melk houd je na een jaar simpelweg minder kaas over.

Twijfel je nog? Bestel van twee treden een klein stuk en proef ze naast elkaar. Dat leert meer dan welke omschrijving ook — ook deze.